Interview met burgemeester Cees van den Bos

‘Een bruisende gemeente en een bruisend bedrijfsleven’

De strategische agenda Zeeland 2050 is begonnen bij de Provincie Zeeland, maar met de bedoeling dat gemeenten, bedrijven en inwoners van Zeeland die ambitie helpen invullen en uitvoeren. Hoe hebben gemeenten het idee van Zeeland 2050 ontvangen en hoe gaan zij ermee aan de slag? Goes besloot al snel met een eigen agenda te komen, waarin de gemeente aangeeft op welke manier zij Zeeland 2050 vormgeeft.

Zeeland belangrijk voor Den Haag

Kort na zijn aantreden als plaatsvervangend commissaris van de Koning bezocht Hugo de Jonge de dertien gemeenten in Zeeland. Toen legde hij al de eerste ideeën op tafel, zegt burgemeester Cees van den Bos van Goes. “Dat is wat mij betreft ook de taak van een leider, dit soort grote vragen duiden. Dus ik ben blij dat dit gebeurt voor Zeeland. Wij hebben hier niet alleen ruimte voor duizenden woningen, maar ook voor opgaven als de grondstoffentransitie en de energietransitie, waarvoor we een cruciale rol voor Nederland kunnen spelen. Zeeland weet daarvoor de weg naar Den Haag eigenlijk niet te vinden. En ik denk dat je dan je inwoners geen recht doet. Vroeg of laat word je een soort wingewest en heb je als bestuurder je kans voorbij laten gaan.”

Goed proces

Van den Bos was dan ook meteen enthousiast over Zeeland 2050, al plaatst hij wel een kanttekening. “Ik vind dat Zeeland ambitie verdient en ook meer aandacht van Den Haag verdient. Maar je moet wel een goed proces doorlopen. Want we komen uit een tijd waarin niets kon, waarin gesuggereerd werd dat wij in Zeeland alleen maar zouden vergrijzen en krimpen. En dan moet je nu opeens die mindset bij bestuurders en inwoners veranderen om de andere kant op te denken.” 

65.000 inwoners

De gemeente Goes pakte al wel snel de handschoen op en ging zich oriënteren op een eigen strategie: Goes 2050. “Daarin focussen we op groei, woningbouw en gezondheidszorg. We willen groeien naar 65.000 inwoners. Ook willen we een gezondheidspark realiseren, met meer voorzieningen naast het ziekenhuis. Daaraan willen we onderwijstrajecten koppelen, zonder daarmee af te doen aan wat er al in Zeeland is op dat vlak. En als er in Zeeland extra kerncentrales komen, kunnen wij misschien in internationaal onderwijs iets betekenen.” 

Bruisende stad

Daarnaast zet de gemeente in op mobiliteit en een betere bereikbaarheid van Goes. “Dat betekent dat het drukstbezochte treinstation van Zeeland nog verder mag groeien en er mag ook directer vervoer komen richting Rotterdam. We hebben de nodige verkeersknelpunten in Goes en omgeving en als er meer woningen bij komen, moeten we daar echt iets mee. Alle scholen, ook de regionale VO-scholen, moeten goed gehuisvest zijn, daar ligt ook een opgave voor ons. En dat willen we combineren met renovatietrajecten in de sociale huisvesting. We willen het theater overeind houden en ervoor zorgen dat hier genoeg leuke dingen gebeuren, zodat de stad bruist. En als laatste: zonder werk gaan mensen niet komen, dus we hebben ook simpelweg meer bedrijfsgrond nodig.” 

Het goede voor Zeeland

Het strategische en richtinggevende kader van Goes is in januari voor het eerst in de gemeenteraad gebracht. “Tot nu toe heeft de gemeenteraad brainstormend meegedacht. Dit zijn zulke grote ontwikkelingen met zoveel impact, daarover moet je continu in dialoog zijn met je partners. Met deze strategie gaan we in gesprek met onze inwoners en stakeholders om de ambities in te vullen. Goes is altijd een stad geweest die het sterke van Goes wil combineren met het goede voor Zeeland. We denken altijd ook aan de Bevelanden of Zeeland-breed. En als er dan zo’n beweging als Zeeland 2050 op gang komt, dan ben je als gemeente verplicht om daar positief, maar ook met een kritische blik, achter te gaan staan.” 

Koek verdelen

Om te voorkomen dat de dertien gemeenten in Zeeland met elkaar gaan concurreren om woningen, voorzieningen en bedrijven, is goed overleg nodig, zegt Van den Bos. “Die discussie is op dit moment gaande en daar moet je open en eerlijk in zijn. Wat wordt jouw unieke ‘selling point’ en wat die van mij en hoe gaan we de koek verdelen. Als de energie gaat zitten in het onderling verschillen van elkaar, in plaats van samen optrekken naar Den Haag, dan doe je dingen niet goed. Dat betekent ook dat wij binnen de Bevelanden een gezamenlijk proces op gang willen brengen. Waar ligt onze kracht, in vergelijking met Walcheren en Zeeuws-Vlaanderen? Ook de grotere steden moeten onderling kijken hoe ze de wensen en behoeften op elkaar afstemmen. Er wordt in Zeeland nog te veel vanuit een defensief gedacht, alsof het een strijd is tussen Rijk en Provincie, tussen Provincie en gemeenten en gemeenten onderling. Dit is een kans voor ons allemaal en we moeten kijken hoe we elkaar kunnen helpen. En dan zijn er verschillen, maar vaak vul je elkaar juist aan, waardoor je sterker staat richting Provincie en het Rijk. Dat is voor ons als bestuurders de belangrijkste taak. Creativiteit in bedenken wat we willen en daarnaast zorgen dat we samenwerken.”

Geen verrassingen

En vervolgens is het tijd om met de eigen plannen terug te gaan naar de Provincie. “In overleg met de Provincie zijn we tot een aantal gekomen van 65.000 inwoners in Goes in 2050, wat goed is voor Zeeland en wat impact maakt. En ik verwacht dat we het op andere vlakken ook eens worden. Want het is voor de Provincie geen verrassing dat wij op onderwijs willen inzetten, op gezondheidszorg en sport en dat we een goede mobiliteit nodig hebben. Dat willen we al heel lang. Maar we bundelen het nu, koppelen het aan onze sterke sectoren en geven het een groter podium.” 

Heel veel lobbyen

En dan moet de landelijke overheid worden overtuigd structureel te investeren in woningen, infrastructuur en voorzieningen in Zeeland, wat tot nu toe nog niet erg is gelukt. “Daarom moeten we het gesprek met Den Haag niet voeren vanuit de vraag wat wij nodig hebben. Je moet redeneren vanuit het aanbod dat je kan doen richting het Rijk. We moeten onze plannen laten landen in beleidsplannen, die vaak over meerdere jaren lopen. Als er subsidiepotten te verdelen zijn voor infrastructurele projecten bij woningbouwopgaven, dan moeten daar criteria in staan die het mogelijk maken voor Zeeuwse gemeenten om aanvragen te doen. Dus dat betekent de komende tijd heel veel lobbyen in Den Haag. Het gaat er vooral om dat de opgaven van Zeeland en de aantrekkelijkheid van Zeeland duidelijk zijn. En dat ze daar in Den Haag een samenhangende kijk op krijgen.” 

Volgende generaties

Misschien nog wel belangrijker is het om ook de inwoners en stakeholders van Goes enthousiast te krijgen voor de plannen. “We zullen de zaaltjes in moeten, met mensen spreken en naar ze luisteren. En misschien leidt dat ook tot aanpassingen. Maar er is in Goes altijd een ambitie geweest om te ontwikkelen en groeien met behoud van ruimte en kwaliteit, om voor Zeeland en voor de omliggende dorpen iets te betekenen. Dus ik zie dat met vertrouwen tegemoet.” Toch hoort Van den Bos wel wat kritische geluiden. “En dan vooral: hoeveel woningen wil je gaan bouwen, als er ook nog een vraagstuk is qua verkeer en ontsluiting? Hoe aantrekkelijk blijft het om hier te wonen, krijg ik veel overlast voor mijn deur, is het nog veilig voor mijn kinderen om te fietsen? Ik denk dat mensen het heel lastig vinden om goed te vertalen wat groeien naar 65.000 inwoners betekent. Met deze aantallen worden we geen Randstad. Het zal wel wat wennen zijn, maar het moet niet te groot gemaakt worden. Bovendien, het gaat over 25, 30 jaar. Als je de voorzieningen voor onderwijs, sport en cultuur in Goes overeind wil houden, zal er echt wat moeten gebeuren. We moeten niet zo klein worden dat we onze tunnels en bruggen niet meer kunnen onderhouden. Die verantwoordelijkheid hebben we wel voor de generaties na ons.”