Interview met Charlotte van Sluijs
Interview met Charlotte van Sluijs - vraag 1
Kan Zeeland op het gebied van landbouw een hotspot voor kennis worden?
“Kennis rondom de landbouw bouwen we met z’n allen op in Nederland. Tegelijkertijd hebben wij in Zeeland een grote uitdaging rondom water. We kunnen hier geen zoet water zomaar uit de sloot halen. Daardoor hebben we veel kennis verzameld van nieuwe methodes om water op te vangen en te gebruiken. Dat doen we onder andere op de Rusthoeve, maar ook bij telers in de praktijk. Daarmee hebben wij ten opzichte van andere regio’s een voorsprong in het omgaan met weinig water. Door klimaatverandering hebben we meer water nodig en zijn we gedwongen om innovatief aan de gang te gaan. Daarmee creëer je kennis waar anderen naar komen kijken. Zo hebben wij het al niet eens meer over efficiënte irrigatie, maar over efficiënte fertigatie, waarbij niet alleen water maar ook bemesting direct bij de plant wordt gebracht en je veel efficiënter met mineralen kan omgaan. Zo zorgen we voor zo min mogelijk verlies naar de omgeving, het oppervlaktewater en de natuur. Wij zijn niet de enigen die dat doen, maar we leveren er wel een belangrijke bijdrage aan. Daarnaast hebben wij op de Rusthoeve de Biobased Innovation Garden, in samenwerking met Delphy BV, dat inzet op nieuwe teelten van onder andere natuurlijke bouwmaterialen. Op het gebied van biobased bouwen loopt Zeeland voor op de rest van Nederland en dat maakt Zeeland zeker interessant om hier te leren. We werken er hard aan om onze kennis verder te ontwikkelen. Daarvoor wordt op de Rusthoeve al lange tijd samengewerkt met het onderwijs, vooral met Scalda MBO Akkerbouw. En we zijn op dit moment plannen aan het uitwerken om dat verder uit te breiden en ook meer samen te werken met onder andere de HZ en Universiteit Utrecht.”
Zeeland loopt voorop in teelt biobased bouwmateriaal
Interview met Charlotte van Sluijs - vraag 2
Hoe ziet de ideale situatie eruit in Zeeland in 2050?
“Samen met Delphy en de Wageningen Universiteit zijn we bezig met het project Boerderij van de Toekomst Zuidwest. Daarin hebben wij veertien boeren een jaar lang bevraagd over allerlei onderwerpen. Voor hen is heel belangrijk dat telers betaald worden voor de diensten die ze leveren. Dus als een teler meewerkt aan natuurbescherming of aan biodiversiteit, dat dat ook netjes wordt vergoed. Daarnaast moet de afstand tussen boeren en burgers verkleind worden. Een goede uitwisseling tussen bijvoorbeeld basisscholen en agrarische bedrijven, zodat mensen van jongs af aan weten waar wij mee bezig zijn, zou helpen die band te verstevigen. Toekomstbestendige agrarische bedrijven zullen bovendien zijn ingericht op klimaatverandering, met een watervoorziening en een bodembeheer waarmee de effecten van extreem weer zo klein mogelijk blijven. Daarbij zullen ook de kweek- en veredelbedrijven vol aan de bak moeten, om rassen te kweken die tegen die extremiteiten kunnen.
En daarnaast moeten de bedrijven zo min mogelijk uitstoten naar de omgeving. Dus nog veel meer werken met mechanische onkruidbeheersing, een spotsprayer en een camera-gestuurde schoffel achter de trekker, zodat je zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen en mineralen hoeft te gebruiken. Dat wordt in de Boerderij van de Toekomst gezien als een van de grootste uitdagingen, maar we zien ook nog heel veel mogelijkheden. Daarnaast is er een hele ontwikkeling in biostimulanten, stoffen die de plant sterker maken, die meer uit de biologie en minder uit de chemie komen. Het idee moet zijn dat je als akkerbouwer geen nadelige effecten op de omgeving en het oppervlaktewater achterlaat. In het denken daarover is er wel een tweedeling onder boeren. De ene groep wil zijn grond zo efficiënt mogelijk gebruiken en een zo hoog mogelijke productie halen, waardoor andere gronden kunnen vrijvallen voor natuurontwikkeling. Terwijl andere boeren liever een meer landschappelijke ontwikkeling op hun eigen bedrijf willen. Die twee sporen kunnen allebei bestaan, maar daar zal in 2050 wel iedereen over hebben moeten nadenken.”
41% van de grond in Zeeland is voor landbouw en fruitteelt
Landbouw twee mannen in veld bekijken oogst
Interview met Charlotte van Sluijs - vraag 3
Wat is ervoor nodig om dat te bereiken?
“Ik denk ons werk op de proefboerderij daarvoor heel belangrijk is en blijft, omdat wij ontwikkelingen kunnen testen en ondernemers kunnen helpen. Om innovaties die nog niet rijp zijn voor de praktijk en waarbij we echt nog niet weten of het werkt, op de Rusthoeve aan te leggen en uit te proberen en om mensen in het verhaal mee te nemen. Wat ook heel belangrijk is, is samenwerking met organisaties die een andere mening of een andere expertise hebben, zoals het Zeeuwse Landschap en de ZMF. Het is voor ons veel waard dat zij bereid zijn om met ons mee te denken en dat we afkomen van het wij-zij denken, want daar schieten we niets mee op. En de verbinding tussen maatschappij en boer zal beter moeten. Ik zou niet weten wie dat beter zou kunnen doen dan de Provincie Zeeland, als objectieve partij die mensen bij elkaar en met elkaar in gesprek kan brengen. En soms een duwtje geven, want we zullen het toch samen moeten doen.”