Interview met Dirk Grevink
Interview met Dirk Grevink - vraag 1
Zeeland is de provincie van tweede auto’s en beperkt openbaar vervoer. Hoe verplaatsen we ons in 2050?
“Onder druk van bezuinigingen kan het openbaar vervoer in Zeeland steeds minder plekken bereiken en minder haltes aandoen. Daarbij worden we steeds ouder en doen we steeds meer een beroep op doelgroepenvervoer. Dat brengt hoge kosten met zich mee. We zijn er in Nederland enorm goed in om voor elk probleem een aparte oplossing te bedenken. Daardoor bestaan in Nederland heel veel verschillende vervoersystemen naast elkaar. In Zeeland bekijken we nu of we dat niet kunnen omdraaien. Of we één vervoersysteem kunnen ontwikkelen dat toegankelijk is voor alle inwoners en bezoekers van Zeeland. Of je nu een WMO-indicatie hebt, een toerist bent, een student of een werknemer. Dan moet je dus ook af van het onderscheid tussen de Provincie die het OV doet en de gemeenten die het doelgroepenvervoer verzorgen. Dit zijn we nu aan het uitrollen op Schouwen-Duiveland, waar we de gewone buslijn ondersteunen met vraaggestuurd vervoer. Dus alle busjes van het doelgroepenvervoer worden onderdeel in een geïntegreerd systeem, dat zeven dagen per week van 6 uur ’s ochtends tot 11 uur ’s avonds bereikbaar is. Later dit jaar volgt de rest van Zeeland. Daarnaast wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de BRT (Bus Rapid Transit) als noord-zuidverbinding met Zuid-Holland en Vlaanderen. We denken dat het mogelijk om met die combinatie heel Zeeland bereikbaar maken, tegen dezelfde maatschappelijke kosten als we nu kwijt zijn aan het OV en doelgroepenvervoer.”
Interview met Dirk Grevink - vraag 2
Wat betekent dat met 200.000 inwoners in Zeeland in 2050?
“Wat we nu aan het ontwikkelen zijn, is het fundament om dit te faciliteren. We zijn in Terneuzen een centrale aan het bouwen waarmee we integraal sturen op zowel het OV, flexvervoer en misschien straks ook de deelmobiliteit, zoals deelfietsen en deelauto’s. Deze integrale benadering maakt het mogelijk om gericht te sturen op de inzet van OV, flexvervoer en deelmobiliteit. Als er structureel weinig mensen in een bus zitten, kun je er bijvoorbeeld voor kiezen om het flexvervoer te versterken ten koste van het OV. Maar wanneer er 200.000 mensen in Zeeland bijkomen,
kun je andersom gaan denken: misschien worden bepaalde verbindingen dan wel zoveel gebruikt dat het handiger is om er een vaste buslijn in plaats van flex te laten rijden. Doordat wij in de centrale inzage hebben in het gebruik van verschillende vormen van vervoer, kunnen we bij- en afschalen. Dus als er dan 200.000 mensen bijkomen, kunnen we daar met de inzet van flexvervoer en buslijnen op anticiperen. Als we één systeem gebruiken voor al het publiek vervoer, geldt: hoe meer gebruik ervan wordt gemaakt, hoe efficiënter het wordt. Dus laat maar komen.”
2% van de Zeeuwen maakt gebruik van openbaar vervoer
Heel Zeeland 24/7 bereikbaar
Interview met Dirk Grevink - vraag 3
Hoe ziet de ideale situatie in 2050 eruit?
“Kunstmatige intelligentie gaat onze planning veel beter maken. We hebben nu en ook in de toekomst te maken met allerlei verschillende vormen van vervoer en tegelijkertijd reizigers met hun eigen en verschillende kenmerken, van WMO tot reizen met een studentenreisproduct. En dat is best lastig plannen. Met kunstmatige intelligentie kunnen we die voertuigen nog optimaler inzetten.
Vanaf ongeveer 2030-2040 kun je gaan denken aan zelfrijdende auto’s. Zeker in een landelijk gebied als Zeeland zou dat een uitkomst zijn. Tot 2050 hebben we nog 25 jaar. Wat we nu aan het doen zijn in Zeeland, is uniek in Nederland en Europa. Daar kunnen we op doorbouwen.
Foto wegafzetting, pionnen worden geplaatst
Interview met Dirk Grevink - vraag 4
Wat is er nodig om dat ideaal te bereiken?
“Lef. En gericht blijven op innovatie. De kunst is dat je een fundament neerzet dat vertrouwen biedt in de dienstverlening richting de burger én bestuurders van provincie en gemeente. Van daaruit moet je continu in staat zijn om te innoveren, waarbij aanpassing van beleid en praktijkervaring hand in hand gaan. Neem als voorbeeld de inzet van autonome voertuigen. Dit vraagt om nieuwe wetgeving, maar wijs op hetzelfde moment een gebied aan, ga het eens proberen en daarvan leren. Verder is er een gedragsverandering voor nodig, want niet iedereen stapt in een auto zonder chauffeur. Dus laat mensen ermee kennismaken en zo stapje voor stapje verder groeien. Ik merk zelf ook dat, nu ons systeem van vraaggestuurd vervoer op Schouwen-Duiveland werkt, het een stuk gemakkelijker wordt om ook het bestuurlijke traject te doorlopen. Dat wil ik wel meegeven naar de toekomst: neem de ruimte om iets te laten zien en ga aan de slag.”